De Tijd

Tijd

28 oktober 2001

Het is weer tijd voor het halfjaarlijkse gehannes met de tijd en de klokken.
Ik heb het natuurlijk over de zomer- en de wintertijd.
Vannacht was het weer twee keer twee uur, één keer om twee uur en één keer om drie uur. En op een dag in maart volgend jaar is het dan om twee uur ineens weer drie uur.
Als je bovenstaande zinnen leest, dan zie je al hoe ridicuul het verschijnsel zomer/wintertijd is.
Gelukkig levert het gelijkzetten van de klokken steeds minder problemen op doordat ze steeds meer radio- of anderszins gestuurd zijn, en het gedraai aan wijzerknoppen en het gedruk op - vaak piepkleine - toetsjes of pennetjes in gaatjes, kan steeds meer achterwege blijven.

Hoewel bijna niemand er de logica meer van inziet, moet het gegoochel met tijd gezien worden in het licht van de energiebesparing. Zo is het oorspronkelijk tenminste bedacht. Langer licht 's avonds, meer kunnen doen, minder kunstmatig licht en minder andere energie nodig.
Boeren zouden langer op het land kunnen werken, arbeiders zouden hun vrije tijd langer in de tuin kunnen doorbrengen, strandliefhebbers zouden langer op het strand kunnen liggen, kroeglopers zouden langer in de kroeg kunnen zitten en discogangers zouden langer naar de disco kunnen.
Oeps, hier klopt iets niet. Kroeglopers en discogangers hebben een hekel aan zonlicht. Vandaar dat het uitgaansleven zich steeds meer naar de nacht heeft verplaatst.
Ook hebben we praktisch een 24-uurs economie, dus maakt het ook niet veel meer uit welke tijd van de dag of de nacht het is.

Het element van de kostenbesparing is ook nog nooit aangetoond, zeker niet als dat afgezet wordt tegen de negatieve kanten van de zomer- en wintertijd.
Veel mensen vinden het op zich al zeer irritant dat we de tijd niet gewoon zijn gang laten gaan en gewoon laten doorlopen.
Per slot blijft de aarde ook gewoon zijn dagelijkse rondjes om zichzelf en jaarlijkse kringetjes om de zon draaien, daar kunnen we ook weinig aan veranderen.
Nog vervelender zijn de persoonlijke gevolgen voor het biologische dag en nachtritme van veel mensen.
Velen raken wekenlang van slag door het ingrijpen in de kloktijd.

Ik behoor tot die mensen die elke keer weer aanpassingsproblemen hebben. Daarnaast heb ik mijn leven lang al moeten vechten tegen vooroordelen over een afwijkend dag en nachtritme.
Een etmaal bestaat uit 24 uur, en die kunnen we ruwweg verdelen in een dag en een nacht.
Oorspronkelijk werd de dag gebruikt om te werken en de nacht om te rusten en te slapen.
Doordat de wereld steeds sneller wordt en de mens zich ook steeds sneller over de aardbol kan bewegen, komt die strikte scheiding tussen dag en nacht steeds meer te vervallen.
Ook de zg. 24-uurs economie werkt hieraan mee.
Lang is het zo geweest dat mensen die zich niet conformeerden aan de gangbare scheiding tussen dag en nacht, daarop werden veroordeeld.
Het verschijnsel “avondmens” en “ochtendmens” was al wel langer bekend, maar de avondmens, die laat naar bed gaat en ook laat opstaat, werd en wordt toch algemeen aangezien voor lui.

Mijn bewering dat niet alle mensen hetzelfde biologisch ritme hebben, en dat niet elke biologische klok precies synchroon loopt met de 24 uur die de aarde nodig heeft om om haar eigen as te draaien, is altijd met ongeloof en afwijzing aangehoord.
Pas in de laatste jaren is er een onderzoek van de Rijksuniversiteit Leiden naar buiten gekomen, waarbij men tot dezelfde conclusies is gekomen.
Er blijken wel degelijk verschillen in de biologische klokken van mensen te zijn, en die verschillen hebben totaal niets te maken met karakterologische eigenschappen.
Uit eigen ervaring weet ik dat mijn interne klok geen 24 uur op de wijzerschaal heeft staan, maar eerder 25 uur.
Een etmaal op de planeet Mars duurt 24 uur en 37 minuten. En dat zou wel eens precies even lang kunnen zijn als mijn biologische klok.
Er zijn boeken met de titel “Mannen komen van Mars”, en in mijn geval zou dat misschien wel eens letterlijk genomen mogen worden.
Er zijn theorieën dat álle mensen afkomstig zijn van Mars. De planeet zou vroeger even bewoonbaar zijn geweest als de aarde nu is, maar zou door bepaalde oorzaken onleefbaar geworden zijn waardoor de levende wezens moesten uitwijken naar een andere planeet.

Mijn afwijkende klok heeft tot gevolg dat ik op aarde moet leven met een handicap.
Een arts heeft niet lang geleden geadviseerd om mijn biologische klok te gaan volgen.
Als ik dat zou doen, komen er twee aspecten om de hoek kijken.
Ik zou me er enerzijds prettiger bij voelen, ik zou me niet meer continu hoeven te dwingen om naar bed te gaan en op te staan.
In de huidige situatie heb ik voor het slapen gaan nooit slaap en ben ik bij het wakker worden nooit helemaal wakker. Anderszijds zou ik dan wel heel erg asynchroon met de omgeving en de maatschappij leven. En dat heeft ook weer vervelende nadelen.