Spiritjuweeltjes (II)

KERSTMIS
WEGSTERVENDE MACHT
SNEEUWPRET
LENTE
LENTE II
HET KLOKJE
FEESTLIED
DE KOUDE WINTER
JANNEMAN
SCHOON ZIJN DE BLOEMEN
JEZUS AAN HET KRUIS
GESTORVEN
SNEEUW
OP DE HEUVELS IS GOLGOTHA
AVOND
SIENTJE
BEKIJK HET LEVEN BLIJ!
HET HUISJE
VOGELTJE
NEERLANDS DRIEKLEUR
LENTE III
DE VOLMAAKTE TAAK OP AARDE
NAAR SCHOOL
DE TREIN
ZANDBAKKLEUTER
PIET JANSEN
LICHT


KERSTMIS

Kerstmis is gekomen,
De wind ruist door de bomen.
Die fluisteren tegen elkaar:
't Is gauw Nieuwjaar.
Ja, zeggen de oude wijze bomen,
Maar eerst moet nog het grote feest komen,
Dat eens Jezus was geboren,
Eens, heel lang tevoren.
(11 jaar)

WEGSTERVENDE MACHT

De zomer dort
Straks, als heel zijn macht instort
Komt langzaam en in stilte
Het koude en de kilte
Alles heeft nu nog haar macht
Alles heeft nu nog haar pracht
Straks wordt alles dor en mat
Wit, ijs en nat
Vele mooie dagen kan de zomer brengen
Eind'lijk zal hij toch verzengen
We gaan een nieuw seizoen tegemoet
En de zomer wordt opnieuw gevoed

SNEEUWPRET

Sneeuw, sneeuw!
Wat is dat een pret
De jongens maken een leeuw
Nu opgelet!
De pret begint
Ze maken ook een sneeuwpop
Wie maakt die nu?
Hij wordt gemaakt door Bob
Maar het gaat sneeuwen, hu!
De pret gaat door
Nu sneeuwt het niet meer
Terug naar de sneeuwman
't Is een mooie heer
Bob kan er wat van
De pret is nog niet op
(8 jaar)

LENTE

De lente is gekomen
Hij straalt door de bomen
Hij belicht het veld, het bos
En zet het in een lente-dos

Een dos van smaragdgroen
Het blad, boom, bloem
Komt in een lente-roes
Licht en lucht vechten als robbedoes

Kleuren komen weer naar boven
De lente weet de natuur te beroven
Van haar doodse grauwheid
Boven het, de blauwheid

De blauwheid boven pracht, nu
Het passeert de revue
De revue van natheid en donkerheid
Wordt nu eensklaps verblijd

Verblijd door verblindend licht
Licht waaronder de winter zwicht
Licht om al het doods te verdrijven
Ach, mag het altijd zo blijven!
(12 jaar)

LENTE II

Dartelende meeuwen
Krijsende spreeuwen
Doorklieven de lucht
Dit is het teken
Van de rijp wordende vrucht

De jonge spruit
Aan de boom komt uit
De vogels bouwen een nest
Nu weet de boer:
Op 't land moet de mest

De lente komt
Je staat verstomd
Wat voor moois hij je brengen kan
Kijk eens naar de bomen:
De blaadjes komen er al an
(12 maart 1958) (11 jaar)

HET KLOKJE

Tik, tak, tik, tak, ging de klok
De klok sloeg negen
Vooruit naar school! Bob schrok
Want de wind hield hem tegen

Nu maar hard lopen
Anders kwam Bob te laat
Want hij moest nog wat kopen
Het was al te laat, Bob wist zich geen raad

Toen Bob bij school kwam
Trok hij aan de bel
Daar kwam meester van Dam
Die was er al snel

Bob ging gauw in de klas
Zo jongen, ben je daar?
't Leek of meester blij was
Wat deed Bob raar
(8 jaar)

FEESTLIED

Nederland heeft 5 jaar gestreden
Om vrij te worden, voor al de steden
Nu klinkt een luid geschal
In heel het land, ja overal

Nu is het tien jaar geleden
Dat Nederland heeft gestreden
We zijn nu heel blij
Want het land is vrij
(5 mei 1955) (8 jaar)

DE KOUDE WINTER

Buiten is het koud
Waar geen mens van houdt
Twee jongens zitten bij het vuur
Maar ze hebben haast geen kolen
Want die zijn te duur

Ieder is blij als het gaat dooien
Dan zijn er weer vogels in de kooien
Dan fluiten ze weer vrolijk
Dan zingen ze, dan springen ze
Dan is iedereen weer olijk
(18 januari 1956) (9 jaar)

JANNEMAN

Janneman, die olijke guit
Zit te spelen op zijn fluit
Hij blaast, hijgt en zucht
Hij loopt en zit en kucht
Totdat uit z'n fluit iets geluid komt
't Is net of ie bromt
Eind'lijk is hij zo ver dat hij spelen kan
En o zo blij is onze Janneman
(7 december 1957) (11 jaar)

SCHOON ZIJN DE BLOEMEN

Schoon zijn de bloemen
Die in getallen niet zijn te noemen
Schoon zijn de bomen
Die van onder uit de grond komen
Schoon is de heide
En de grazige weide
Waar de koeien staan te grazen
Vet zijn de Hollandse "kazen"
(5 februari 1958) (11 jaar)

JEZUS AAN HET KRUIS

Jezus, de Heiland, hangt aan 't kruis
Maria zit bedroefd in huis
"Kom", zegt ze, "ik ga naar Jezus toe!"
Aangekomen, afgemat en moe
Wordt Jezus bespot en veracht
En, terwijl Hij van dorst versmacht
Vraagt Hij aan n der soldaten
Een beetje water, uit de fris gevulde vaten
De soldaat gaat heen
Komt terug met een spons, maar geen
water zit er aan: 't Is zure wijn!
Jezus, de Heiland, moet lijden in smart en pijn
(Pasen 1958) (11 jaar)

GESTORVEN

Er was een vrouw en een man
De man heette Jan
Zijn vrouw was gestorven
De man zijn leven was voor altijd bedorven
(8 jaar)

SNEEUW

De sneeuwvlokken dwarrelen hoog
Heel klein en wit komen ze neer
Ze zijn nat en toch droog
Die kleine dingen, ze zijn zo teer

De daken worden wit
De jongens hebben pret
Nu even opgelet
Luister naar dit

Hoera hoera hoera
Ik heb de eerste prijs!
Maar rara rara
Je bent toch goed wijs?

De prijs is voor het hardrijden
En de pret gaat door
Niets kan ons meer verblijden
Dan ijs en sneeuw, hoor!
(11 januari 1956) (9 jaar)

OP DE HEUVELS IS GOLGOTHA

Flauw schijnt de maan door de bomen
Roerloos hangt het lijk van Jezus aan het kruis
De lang voorspelde dood is nu gekomen
Voorafgegaan door marteling en pijn

De lijdenstijd is afgelopen
Jezus stijgt nu in de gouden koets ter hemel
Maria blijft nog steeds maar hopen
Op wederopstanding van Jezus hier ter aard'

Maar velen zullen de woorden wel niet hebben begrepen:
"Mijn koninkrijk is niet van deze aarde"
Daar heeft ook Maria zich in misgegrepen
Want Jezus komt niet meer terug naar haar

Eens zal hij weer nederdalen
Maar dan als een dief in de nacht
Dan zal de bestaande mens voor Jezus moeten verhalen
Hoe hij 't leven heeft doorgebracht

AVOND

De lucht kleurt rood
De zon zakt neder in moeder aarde's schoot
Zacht wiegen de bomen
De avond zal gauw komen
Kleine sterren pinkelen al
Ze wachten op duisternis die komen zal
Straks zal het morgenlicht hen verdrijven
Maar toch zullen ze altijd blijven
Dan zal ook weer komen, de zon
Hij is een ware "lichtbron"
Hij straalt in gouden kleuren
En ziet neder op 's werelds gebeuren
Alles ziet hij, groot en klein
Niets blijkt voor hem schuil te zijn
Ook de Hemelse gezichten
Alles bestraalt hij met zijn gouden lichten
(22 december 1958) (11 jaar)

SIENTJE

Sientje was jarig
Ze kreeg een pop die was harig
Wat was ze blij
Ze kreeg hem van mij
(8 jaar)

BEKIJK HET LEVEN BLIJ!

Zit toch niet zo te prakkizeren
Ga je toch met iets anders amuseren
Zit toch niet zo lui en sloom
Houdt je lichaam toch in toom
Wees opgewekt en blij
Want de mooiste uren gaan veel te snel voorbij
En berg op al je zorgen
Want als ze goed zijn opgeborgen
Dan zullen ze jou niet meer plagen
Dan hoef je ze niet meer te dragen
Bekijk het leven blij
En voel je frank en vrij!
(April 1958) (11 jaar)

HET HUISJE

Er stond een oud huisje
't Stond in het bos
Er was niemand in dat huisje
't Stond ook wel een beetje los!
(8 jaar)

VOGELTJE

Er vloog een vogeltje, heel hoog
Ik zag dat het zijn kopje boog
En dat het ver weg vloog
(7 jaar)

NEERLANDS DRIEKLEUR

Neerlands driekleur wappert fier
Levendig en dartel als een jong dier
Rent en golft als een paard
Met zijn lange oranje staart

Hollands' vlag ruist langs zee en strand
Wappert soms in gans het land
Zelfs over verre, verre zeen
Wappert hij aan alle reen

Op plein en bij monument
Overal waar de vlag zijn plicht kent
Hij is er voor prins, prinses en koningin
En voor elk Hollands gezin

Voor alles wordt er gevlagd
Fier wappert hij, dag en nacht
Nimmer wordt hij moe
Van 's lands gejoel en gedoe

LENTE III

De bloempjes staan weer in het gras
De vogels fluiten in de lucht
De visjes zwemmen op de plas
En de winter neemt de vlucht

't Is een wonder der natuur
Alles spruit nu uit
Dat alles maakt God, op 't uur
En het kost geen duit

Aan de bomen komen blaadjes
Dat allemaal in de maand mei
't Lijkt wel op plaatjes
Hopsa hei, hopsa hei

Opeens zie je iets nets:
De lente komt
De lente is niet flets
Maar mooi en schoon, je bent verstomd

De lente met zijn bloemen, bomen, gras
De lente met zijn schoonheid
De lente met zijn visjes op de plas
De lente werkt met ijver en vlijt
(9 jaar)

DE VOLMAAKTE TAAK OP AARDE

Terwijl ik lag te dromen
En de wind ruiste zacht door de bomen
't Was of ik zag "Het Eng'lenpaar"
Met gouden harp en snaar
Zij zongen een lied
Zonder zorg en verdriet
Van Jezus de Zaligmaker die hoog boven de aarde
Al de heerlijkheid bij Gods troon bewaarde
Ook zongen zij van Gods macht
En van 's Hemels praal en pracht
Zij zongen dat Jezus op aarde zal wederkeren
En dat wij Hem bij Gods troon zullen eren
Gods stem zal zich op aarde verheffen
En zal onze harten treffen
Wij zullen naar de Hemel medegaan
Op aarde is dan onze taak voldaan
Wij zullen in 's Hemels heerlijk rijk dan vertoeven
God prijzend en geen werk meer behoeven
Alleen zij die ongelovig zijn
Die zullen lijden in smart en pijn
(4 maart 1958) (11 jaar)

NAAR SCHOOL

Straks is het afgelopen met onze jool
Dan moeten we weer naar school
Altijd kan het niet zo blijven
We moeten ook leren: rekenen, taal en schrijven
Deze dingen moeten we kennen, altijd door
Nee 't is lang geen pretje hoor!
(5 januari 1958) (11 jaar)

DE TREIN

Tjoeke tjoeke, ging de trein
Wie zat er in?
In de trein zat Hein
En zijn vriendin

De trein stopte
Wie ging er in?
Een clown die ons fopte
Hij had een grote neus en kin

De trein ging verder
We keken door de ruiten
We zagen een herder
De schapen liepen buiten
(8 jaar)

ZANDBAKKLEUTER

Een kroezig kopje blikt voorzichtig rond
Zwarte, vieze, kleine handjes
Krullende haartjes, stroblond
't Uiterlijk van een "zandbakkleuter"!

Vuurrood, kopje, tongetje uit de mond
Neusje, oortjes, haartjes, bedekt met zand
Tussen vele "bakvoorwerpjes" op de grond
Geeft het uiterlijk weer van een "in-de-zandbak-kleuter"!

Deftig komt de "koningin" op bezoek
't Kroeskopje rept zich heen en weer
Brengt taartjes voor "koningin" op verzoek
Die "gebakt" zijn door de "zandbakkleuter"!

Een wrede roep verstoort de pret
Moeder roept: "'t Is zeven uur"
Het kroeskopje moet naar bed ..
"Naar bed!?" mompelt de "zandbakkleuter"

Naar bed! En hij is al acht!
Maar moeder is onverbiddelijk
"Moeder toch, 't is nog lang geen nacht!"
Kroeskopje is al ingesoesd, "nee nog lang geen nacht, zandbakkleuter!"
(10 jaar)

PIET JANSEN

Piet gooide met zand
Hij gooide me tegen de hand

Piet gooide met stenen
Hij gooide me tegen de benen

Piet sloeg op mijn kop
Daar kreeg ik een bult op

Piet was weggerend
Want daar kwam een agent

Die zei tegen Piet:
Dat mag toch niet!

Maar Piet had zo'n verdriet
Van z'n vrouw die hem in de steek liet
(8 jaar)

LICHT

Er was een groot Licht opgegaan
Van duizenden engelen te saam
Want het kindje Jezus was geboren
En de herders op de velden mochten het eerst horen
(9 jaar)