Tongen

“Ifjoe kent biethum jonhum”

Radiopresentatrice Chislaine Plag (NCRV) begint zomaar ineens, midden in een zin, in tongen te spreken. Ik kan niet verstaan wat ze zegt, maar het lijkt op: “Ifjoe kent biethum jonhum”.

Groot Dictee

Jan Wolkers (†) noemt in het door hem geschreven en door zijn vrouw voorgelezen Groot Dictee der Nederlandse Taal “Jimi Hendrix de meester van de gitaarriff”. Het kost me moeite om die stelling niet te becommentariëren.
Maar over het laatste woord, gitaarriff, wil ik wel iets opmerken.
Kijk, als álles mag in de taal, dan hoef je ook geen Groot Dictee te houden met allemaal moeilijke woorden die allemaal heel precies gespeld moeten worden, om te voorkomen dat je wordt beschouwd als minkukel.
In de Nederlandse taal komen géén woorden voor die op een dubbele medeklinker eindigen. Zo moet een plaats als De Lutt bijvoorbeeld als De Lutte geschreven worden.
Uitzondering op de regel zijn uitroepen: “pfff”, “grrr”, “zzzz”. Een woord dat wel voorkomt in de woordenboeken is “stuff”, maar dat is gewoon een Engels woord.
Riff is ook een Engels woord, en gitaar is gewoon een Nederlands woord. Een onooglijke samentrekking dus. Wat mij betreft afgekeurd voor een Groot Dictee der Nederlandse Taal.

Onwoorden

Ik had het al voorspeld.
Na de taalkundige ‘vondst’ onhelder (als tegengestelde van helder) is álles mogelijk.
En nu heeft men het woord “onzuinig” gelanceerd.
Ik meen dat het minister Verhoeven is die er mee aan komt zetten op TV, en 's avonds zit het rare woord al in het Radio 1 Journaal!
Enig onderzoek op internet leert me dat het woord onzuinig toch niet zo nieuw is als ik dacht. Gelukkig had ik het nog niet eerder gehoord of gezien, en erg lang kan het ook nog niet bestaan, maar zoeken op internet (ik vermijd hier opzettelijk het woord “zoekmachine” omdat ik bij ‘machine’ een heel andere associatie krijg dan een softwareprogramma, en het woord een foute vertaling is van het Engelse ‘search-engine’) levert anderhalf miljoen keer het woord ‘zuinig’ op en toch nog meer dan duizend keer ‘onzuinig’.

Zoals ik bij de introductie van het woord ‘onhelder’ al betoogde, als dat taalkundig toegestaan is, dan kunnen Van Dale, Kramers en anderen wel weer helemaal overnieuw beginnen, óf simpelweg een vermelding opnemen in hun uitgaven dat vanaf heden voor élk bestaand woord dat nog geen on-versie heeft, er on gezet mag worden.
Een paar voorbeelden:

onvol (=leeg), onleeg (=vol), onlicht (=donker), onduister (=licht), onschoon (=smerig), onvies (=schoon), onthuis (=niet thuis), onmooi (=lelijk), onnat (=droog), ondroog (=nat), onkleur (=zwart-wit), onzwart (=kleur), onwit (=niet wit), onfijn (=niet fijn), onlekker (=niet lekker), ongeluid (=stil), onleugen (=waarheid), ondruk (=rustig), onlawaai (=stil), onverdriet (=geluk), enz.

We kunnen nog een stapje verder gaan en ook de wérkwoorden in de taalvernieuwing betrekken:

onrijden (=stilstaan), onlopen (=stilstaan), onstaan (=zitten), onzitten (=staan), onlezen (=niet lezen), onschrijven (=niet schrijven), onpraten (=stilzwijgen), onruziën (=geen ruzie maken), onslapen (=waken), onwerken (=niet werken), onhuilen (=niet huilen), ondeleten (=niet deleten), onupdaten (=niet updaten), ongamen (=niet gamen), onergeren (=niet ergeren), onbewaren (=weggooien), enz.

Ik ben nog niet klaar met dit stukje, of ik hoor al weer een nieuwste creatie: “onduurzaam”. Alles is tegenwoordig duurzaam - of zou dat moeten zijn - en nu is er dus ook een tegenhanger.

Toch?

Nu ik het toch over taalevolutie heb (om maar eens het woord ‘verloedering’ te vermijden), wil ik even de aandacht vestigen op het valse gebruik van het woordje ‘toch’. Dat wordt om de haverklap gebruikt in vragende zin: “toch?”
Zelfs de MP maakt er zich schuldig aan, maar wat men er precies mee bedoelt is mij nooit duidelijk geworden. Wellicht “of niet?”?
Om uit te sluiten dat ik achterlijk ben, heb ik het woordje in een nieuw woordenboek opgezocht, en daar staat nog altijd de betekenis die ik er aan toeken: desondanks, ongeduld, ergernis, verwondering (hij deed het toch! doe dan toch iets!).